Waddenzee – Een paradijs voor trekvogels
Het het Deense deel van de Waddenzee is het meest noordelijke gebied van dit internationale water. Het Waddengebied loopt van de kust bij Den Helder in Nederland langs de kust van Duitsland met de nationale parken van Sleeswijk-Holstein en Nedersaksen, langs de kust van Jutland tot aan Esbjerg in Denemarken. Een waddengebied moet tegen sterke zeestromingen zijn afgeschermd, bij de Waddenzee zijn dat de Waddeneilanden. De bekendste Deense waddeneilanden zijn Rømø, Mandø en Fanø, dat het meest noorderlijk gelegen waddeneiland is. Mandø is alleen bij eb bereikbaar via een getijdeweg of met een tractor-bus. Rømø is het meest zuidelijke en bekendste Deense waddeneiland en een veel bezochte toeristische trekpleister door zijn prachtige zandstranden.
Het Waddengebied is een paradijs voor zeedieren. Op de wadden, de modder- en zandbanken die in deze ondiepe zee zijn ontstaan, rusten zeehonden uit en werpen er hun jongen. Op de schorren en kwelders, die op de grens van het land en de zee liggen, ontstaat een weelderige groei van zoutminnende planten. De wadden zijn het overwinterings- en broedgebied van miljoenen vogels per jaar. Sneum Digesø is het bekendste vogelreservaat in het Deense Waddengebied, waar tot nu toe al 264 vogelsoorten werden gespot.
Het bezoekerscentrum Vadehavscentret staat in Ribe en is een uitstekende locatie om alles over dit uitzonderlijke gebied te ontdekken. Het Duitse en Nederlandse deel van de Waddenzee kregen in 2009 de status Werelderfgoed; het werd in 2014 uitgebreid met het Deense deel van de Waddenzee. Het Deense Nationaal Park Waddenzee (Nationalpark Vadehavet) is het grootste nationale park van Denemarken. De Waddenzee is een natuurlijk Werelderfgoed, het staat ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO als: Wadden Sea.
www.werelderfgoedfotos.nl © Copyright World Heritage Photos

De Waddenzee is een unieke natuurgebied dat zich strekt zich uit langs de Noordzeekust van Nederland, Duitsland en Denemarken, van de Nederlandse stad Den Helder tot voorbij het Deense Esbjerg. Als grootste aaneengesloten getijdengebied ter wereld is de Waddenzee van ongeëvenaarde ecologische waarde. Het dynamische landschap van droogvallende platen en kwelders vormt een leefomgeving voor zoutminnende planten, zeehonden en miljoenen vogels. Voor soorten als de kluut, lepelaar, strandplevier, visdief en wulp is het een onmisbare plaats om te broeden, terwijl miljoenen trekvogels het Waddengebied gebruiken om te foerageren en uit te rusten.

De Waddenzee is een unieke natuurgebied dat zich strekt zich uit langs de Noordzeekust van Nederland, Duitsland en Denemarken, van de Nederlandse stad Den Helder tot voorbij het Deense Esbjerg. Als grootste aaneengesloten getijdengebied ter wereld is de Waddenzee van ongeëvenaarde ecologische waarde. Het dynamische landschap van droogvallende platen en kwelders vormt een leefomgeving voor zoutminnende planten, zeehonden en miljoenen vogels. Voor soorten als de kluut, lepelaar, strandplevier, visdief en wulp is het een onmisbare plaats om te broeden, terwijl miljoenen trekvogels het Waddengebied gebruiken om te foerageren en uit te rusten.

Het zeelandschap van de Wadden met droogvallende platen en kwelders vormt een ideale leefomgeving voor zoutminnende planten, waaronder de zeekraal (Salicornia), een pioniersoort die moeiteloos kan overleven in een getijdengebied. Tijdens de groei neemt ze veel zout op en kan als geen enkele andere plant zoute omstandigheden zo goed verdragen. Het Deense deel van de Waddenzee is ondergebracht in Nationalpark Vadehavet en sluit aan op het Duitse deel van de Waddenzee. Het gebied wordt twee keer per jaar bezocht door 12 miljoen trekvogels en heeft de grootste populatie gewone zeehonden van Denemarken.

Op de voorgrond staat het schorrenzoutgras (Triglochin maritima). In Nederland is deze plant vrij zeldzaam en sterk afgenomen, met uitzondering van de Waddenzee en de Zeeuwse delta. In de grotere kwelders van het Duitse en Deense Waddengebied heeft de plant meer leefgebied, waardoor ze daar stabiel is en uitstekend gedijt. Schorren en kwelders liggen op de grens van land en zee. Zolang ze niet zijn ingedijkt en in cultuur gebracht, loopt het zoute zeewater via geulen de schorren binnen, wat zorgt voor een weelderige groei van zoutminnende planten.

Eén van de zoutminnende planten die in het hele Waddengebied voorkomt, is de gewone zoutmelde (Atriplex portulacoides). De plant heeft warrige stengels en kan hierdoor zulke dichte, aaneengesloten matten vormen dat andere kwelderplanten er amper tussen kunnen komen. Het kustgebied van de Waddenzee bestaat uit duinen, wetlands, modderplaten, zoutmoerassen, estuaria, stranden en zandbanken. Wadlopen is een unieke en avontuurlijke manier om dit gebied te ontdekken. Omdat de Waddenzee een van de meest verraderlijke zeeën van Europa is, moet je altijd met een bevoegde gids gaan wadlopen.

De Sneum Å mondt uit in de Waddenzee via de Sneum Sluis. Deze uitwateringssluis ligt vlak bij het Sneum Digesø. Dit meer ligt net binnen de zeedijk en ontstond in 1991 door het afgraven van de zware kleigrond die gebruikt werd om de dijken langs de Waddenzee te versterken. Dit binnenmeer werd daarna speciaal ingericht als vogelreservaat met ondiepe delen, inhammen en eilandjes. Hierdoor hebben vogels tal van veilige zones om te rusten, te eten en te broeden. In Denemarken is het Sneum Digesø een goede plek om vogels te spotten. Sinds de voltooiing van het meer werden hier 264 vogelsoorten waargenomen. Sneum Digesø ligt direct op de Oost-Atlantische trekroute, waardoor het een vitale tussenstop is voor miljoenen trekvogels.

Het riviertje de Sneum Å stroomt door de moerassen en kwelders aan de kust en mondt circa 14 kilometer ten zuidoosten van de Deense stad Esbjerg uit in de Waddenzee via de Sneum Sluis. Aan de zeekant liggen betonblokken in de branding langs de waterlijn. Na de Tweede Wereldoorlog werden deze zware blokken, die door de Duitsers waren achtergelaten in een depot en oorspronkelijk bedoeld waren als ankerplaatsen voor zeemijnen, door de Denen op deze plek hergebruikt als golfbrekers om de oever te beschermen tegen erosie. In Denemarken monden de meeste rivieren via dijksluizen uit in de Waddenzee.

Een negen kilometer lange dam leidt over de wadden en kwelders naar Rømø, het zuidelijkste Waddeneiland van Denemarken. Nationaal Park Vadehavet loopt vanaf het stille water van de Ho Bugt bij Esbjerg tot aan de grens met Duitsland. Het omvat de Deense waddeneilanden Rømø, Mandø, Fanø, het onbewoonde eilandje Langli, het schiereiland Skallingen, de vallei van de rivier de Varde Å en veel moerassen, zoals die bij Tønder en Ribe. In dit waterrijke gebied zijn in het voor- en najaar grote zwermen trekvogels te zien op en boven de wadden. De Waddenzee is een UNESCO-Werelderfgoed en een beschermd natuurgebied.

De iconische windmolens en het bakstenen molenhuis van de Ballum Enge liggen dicht bij het stadje Bredebro. De Ballum Enge is een uitgestrekt poldergebied in de Ballummarsken, de zoutmoerassen van Ballum. Vanaf 1842 tot 1965 werden in dit historische gebied windmolens naar Nederlands model gebruikt voor het oppompen van drinkwater voor het vee. De twee oorspronkelijk houten molens werden in 1890 vervangen door twee ijzeren weidemolens. Het historische poldergebied ligt achter de zeedijk van de Waddenzee, tussen de steden Tønder en Ribe, de oudste stad van Denemarken.

Tønder is de oudste geprivilegieerde marktstad van Denemarken. In het historische centrum staan nog huizen uit de 17de en 18de eeuw. Vanaf de middeleeuwen dreven kooplieden via de Waddenzee handel met de rest van Europa. De voormalige Hanzestad had ooit een haven aan de Waddenkust, maar door landwinning ligt de stad nu niet meer aan zee. De Sort Sol, de Zwarte Zon, is een adembenemend natuurverschijnsel in de moerasgebieden rond Tønder en Ribe. Honderdduizenden spreeuwen dansen tegelijkertijd in gigantische, synchrone formaties door de lucht, waardoor de zon verduisterd wordt, waaraan het fenomeen zijn naam dankt.

De Waddenzee is een rijke voedselbron voor vogels. Wanneer het getijdenwater zich bij eb terugtrekt en de slikken en zandplaten droogvallen, kunnen vogels zich gemakkelijk voeden met slakken, wormen, mosselen, krabben en garnalen. Zeehonden vinden op deze zandbanken een rustplaats en krijgen er jongen. In het Waddengebied zijn ongeveer 2.300 soorten flora en fauna te vinden. De Waddenzee wordt bedreigd door menselijke activiteiten, zoals het boren naar gas; het gevolg hiervan is dat vogelsoorten uit het waddengebied dreigen te verdwijnen. Bedreigde vogelsoorten zijn onder andere de bonte strandloper, eidereend, kemphaan, kluut, noordse stern, scholekster en watersnip.

De Højer Sluis (Højer Sluse) ligt ten westen van de historische stad Tønder en is een van de bekendste waterbouwwerken in het Deense Waddengebied. Deze historische sluis is gelegen aan de monding van de rivier de Vidå en werd in 1861 gebouwd in de Højer-Siltoft dige, een dijk langs de Waddenzee. Het gebied bij deze sluis is de allerbeste plek om in het voorjaar en de herfst de 'Sort Sol' (Zwarte Zon) te beleven. Dit fenomeen doet zich voor tijdens de schemering als honderdduizenden spreeuwen zich verzamelen om een slaapplaats voor de nacht te vinden. Tijdens hun vlucht formeren ze enorme wolken die de zon verduisteren.

De toren van de moderne Højer Vidåslusen vormt een markant punt in het landschap. Via deze uitwateringssluis mondt de rivier de Vidå uit in de Waddenzee. De sluis maakt deel uit van de Duits-Deense Dijk (Det Fremskudte Dige), een 12 kilometer lange zeedijk die zich uitstrekt tot over de landgrens. Nadat de regio in 1976 werd getroffen door een angstaanjagend zware stormvloed werd de dijk gebouwd om te voorkomen dat de historische stad Tønder en de omliggende kwelders en zoutmoerassen zouden overstromen. Ook rond de stad Ribe liggen dergelijke zoutmoerassen die door zeedijken worden beschermd. De Højer Vidåslusen ligt op zo'n anderhalve kilometer afstand van de historische Højer Sluse uit 1861, die tegenwoordig dient als extra dijkbeveiliging.
